Cursus inhoud

Totaal leren:7 lessen / 3 quizzen

Sluitertijd

Klikklak of klik ………………. klak.

Dat geluid die je camera maakt? Dat is het geluid van de sluiter van je camera. Hoe snel je sluiter opent en sluit wanneer je op de knop bovenop je camera drukt (ook wel bekend als de ontspanknop) wordt bepaald de sluitertijd.

Wat is sluitertijd?

Met de sluitertijd bepaal je hoe lang het licht je camera wordt ingelaten. Als je geen foto aan het maken bent, wordt het licht tegengehouden door een metalen schuif, dit heet een gordijn. Als je de foto gaat maken, schuift het gordijn aan de kant en kan er licht op de sensor vallen. Wanneer de belichting is voltooid, de foto gemaakt, schuift het gordijn weer voor de sensor waardoor er geen licht meer op de sensor valt. Als je in een omgeving bent met veel licht zal je een korte sluitertijd kunnen gebruiken, in een donkerdere omgeving wordt je sluitertijd langer. Wanneer je sluitertijd te lang wordt, kan je niet meer uit de hand fotograferen.

De meeste sluitertijden worden weergegeven als fracties van seconden, 1/500ᵉ bijvoorbeeld.

Weergave

Je camera geeft dit waarschijnlijk weer als 500 om ruimte te besparen. Wanneer je sluitertijd langzamer wordt dan 1 seconde wordt dat meestal weergegeven met “. Bijvoorbeeld 2” is 2 seconde.

 Foto door Ahmad Odeh

Wat doet sluitertijd?

Sluitertijd heeft twee effecten: Sluitertijd heeft effect op de belichting maar de sluitertijd bepaald ook of de foto goed bevoren wordt of dat er wat bewegingsonscherpte in beeld is. Als je een langere sluitertijd gebruikt kan het zijn dat er (meer) bewegingsonscherpte wordt vastgelegd. Jij bepaalt of dit de bedoeling is.  Vaak willen fotografen het moment bevriezen, maar een beetje bewegingsonscherpte kan juist wat leven geven aan de foto. In deze les leer je hoe je dat allemaal onder controle kunt hebben zodat jij voor elkaar kunt krijgen wat jij wilt. Er zijn een hoop leuke dingen voor elkaar te krijgen met sluitertijd!

Sluitertijd en belichting

Hoe sneller je sluitertijd, hoe donkerder je foto wordt en vice versa. Bij een korte sluitertijd wordt de sensor een fractie van een seconde belicht, er kan maar kort licht binnen komen en je foto wordt dus wat donkerder. Bij een lange sluitertijd staat de sluiter langer open en kan er meer licht binnen komen waardoor de foto ook lichter wordt. Je kunt dit weer vergelijken met dat bier-tap voorbeeld. Hoe langer je de tap open laat staan, hoe meer bier er in je glas terecht komt en dus hoe voller het glas raakt.

foto door Bence Boros

Hoe langer je de sluiter open hebt (en dus hoe langer de sluitertijd), hoe lichter de foto wordt, er kan meer licht op de sensor vallen. Hoe korter de sluitertijd, hoe donkerder de foto wordt.

Maar sluitertijd is niet de enige variabele die effect heeft op de belichting van de foto. Met ISO en diafragma kan je ook bepalen hoe licht het foto als eindresultaat is. Hoe dat werkt is te lezen in de lessen over deze onderwerpen.

example motionblur and exposure 1 second
example motionblur and exposure 1/20th
example motion blur and exposure 2000th of a second

Sluitertijd en beweging

Hoe sneller de sluitertijd, hoe minder beweging je ziet in de foto’s. Slechts een klein deel van het moment wordt bevroren/vastgelegd. Als je een langere sluitertijd gebruikt zorg je juist voor bewegingsonscherpte. Je hebt twee soorten bewegingsonscherpte, de ene wordt veroorzaakt door jou als fotograaf, door de camera te bewegen tijdens het maken van de foto en de andere wordt veroorzaakt door beweging van het onderwerp tijdens het maken van de foto.

Motionblur example 1 second
Motionblur example 1/20th
Motionblur example 2000th of a second

Ik wil mijn foto’s “bevriezen”

Zoals hierboven beschreven zijn er twee soorten van bewegingsonscherpte; Onscherpte door het bewegen van je camera en onscherpte door bewegen van het onderwerp. Voor beiden moet je apart bepalen welke minimale sluitertijd je nodig hebt en daarna moet je kiezen voor de snelste sluitertijd.

Camera beweging

Om beweging van je camera tegen te gaan heb je een ezelsbruggetje. Je neemt het aantal millimeters van je lens (zo ver als je op dat moment bent ingezoomd) en die gebruik je als minimale sluitertijd. Stel dat je op 200 millimeter bent ingezoomd, dan is je minimale sluitertijd 1/200ᵉ. Mijn advies zou zijn om nog een stapje sneller te gaan zitten met je sluitertijd, als marge. Maar met deze stelregel zou je, in principe, in staat moeten zijn om je camera goed genoeg stil te houden.

Beeldstabilisatie

Als je een objectief hebt met stabilisatie gaat bovenstaande stelregel niet op. Heel simpel gesteld wordt de beweging van jouw hand als fotograaf gecompenseerd door een gewicht in je lens (of body) als deze over stabilisatie beschikt. Dit kan, bij moderne beeldstabilisatie, tot 4 stops opleveren waardoor je van een stuk langere sluitertijd gebruik kunt maken. Om te illustreren hoeveel het kan schelen hier een schema van de stops:

1/8000ᵉ – 1/4000ᵉ – 1/2000ᵉ – 1/1000ᵉ – 1/500ᵉ – 1/250ᵉ – 1/125ᵉ – 1/60ᵉ – 1/30ᵉ – 1/15ᵉ – 1/8ᵉ – 1/4ᵉ – 1/2ᵉ – 1 seconde – 2″ – 4″ – 8″ – 15″ – 30″

In het voorbeeld van het objectief van 200 millimeter zou je van, pak en beet, 1/25oᵉ gaan naar 1/15ᵉ. Dat is een behoorlijk groot verschil! Maar let op! Aan beeldstabilisatie heb je niets als je snel bewegende onderwerpen wilt fotograferen en deze wilt bevriezen. Ook heb je niets aan beeldstabilisatie als je de camera op een statief zet, dan kan je de functie zelfs beter uitschakelen.

Beeld stabilisatie

Er zijn verschillende namen voor beeldstabilisatie bij de verschillende fabrikanten van lenzen. Hier enkele voorbeelden van hoe beeldstabilistatie kan heten:

Canon: Image Stabilization (IS), Nikon: Vibration Reduction (VR), Sigma: Optical Stabilizer (OS), Tamron: Vibration Compensation (VC).

Beweging van je onderwerp

Het kan zijn dat je een snel bewegend object fotografeert (zoals een roofvogel in vlucht, een rijdende auto of een paard in volle galop), als je dan op 1/250ᵉ fotografeert heb je geen bewegingsonscherpte van trillingen in je hand, maar wel beweging in je onderwerp zelf. Je hebt dan een snellere sluitertijd nodig om je foto volledig “bevroren” te krijgen.

Bijvoorbeeld, de roofvogels hieronder fotografeerde ik op 1/1000ᵉ en zelfs dat was niet snel genoeg om hun vleugels te bevriezen omdat de vogels simpelweg te snel bewogen. Maar is het dan slecht dat weer wat beweging te zien is bij de vleugels? Persoonlijk vind ik van niet, maar ik weet ook dat er meer dan genoeg mensen zijn die dat juist niet mooi vinden en de vogels liever volledig bevroren hadden gezien.

Dus als ik de vleugels volledig bevroren had willen hebben, had ik met een nog snellere sluitertijd moeten werken. Waarschijnlijk 1/2000ᵉ of zelfs 1/4000ᵉ.

foto door Merel Bormans Photography
foto door Merel Bormans Photography

Vertel me, hoe stel ik sluitertijd in?

Nadat je dit allemaal hebt geleerd wil je natuurlijk weten hoe de sluitertijd zelf kunt instellen. Er zijn twee standen waarin je dat kunt doen, de manuele stand en de sluitertijd-prioriteit-stand. Sluitertijd-prioriteit-stand is meestal geschreven als S of Tv. De manuele stand wordt meestal geschreven als M.

Meestal kan je de camerastand veranderen door aan het draaiwiel bovenop de camera te draaien. Wanneer je camera op de M of S/Tv stand staat kan je de sluitertijd meestal veranderen door aan het ronde wiel bij je duim te draaien. Sommige camera’s hebben een speciaal draaiwiel voorop de camera hiervoor. Lees de gebruiksaanwijzing of zoek op internet op hoe je dit voor je eigen camera kan aanpassen.

Als je camera bovenop een LCD heeft, kan je daar vaak zien waarop je sluitertijd is ingesteld. Soms zie je het ook op de LCD op de achterkant en als je door je viewfinder kijkt. Door je viewfinder zie je meestal de sluitertijd in het midden onderin.

Wat kan ik doen met een lange sluitertijd?

Er zijn veel creatieve dingen die je kunt doen met een langere sluitertijd, hieronder wat voorbeelden:

Panning

Panning is wanneer je met een langere sluitertijd je onderwerp ‘volgt’ terwijl je fotografeert. Dit creëert de illusie van veel beweging. Je focus ligt volledig op het onderwerp die relatief scherp is tussen de geblurde achtergrond.

 Foto door Paolo Candelo

Startrails

Ga ‘s nachts naar buiten, vind een donkere plek en fotografeer de startrails!

 Foto door Andrew Preble
 Foto door Joe Leahy

Waterstromen

Je kunt het water wat uitvagen door een langere sluitertijd te gebruiken, dit zorgt voor een zacht effect.

 Foto door Robin Lopez
 Foto door Matthew Schwart
 Foto door Trevor Cole

Licht schilderen

‘s Nachts kan je ook met licht “schilderen”.

 Foto door Avery Morrow
 Foto door Simon Zhu

Wat heb je deze les geleerd?

Met de sluitertijd bepaal je de belichting van je foto. Door een langere sluitertijd te kiezen (zolang je onder de 1 seconde zit, een lager getal) maak je de foto lichter. Dus als je de sluitertijd korter maakt (zolang je onder de 1 seconde zit een hoger getal) wordt je foto juist donkerder.

Naast het regelen van de belichting kan de sluitertijd er ook voor zorgen dat beweging op de foto zichtbaar wordt gemaakt of bevroren wordt. Een te lange sluitertijd kan voor een onscherpe foto zorgen. Maar een lange sluitertijd kan juist ook veel creativiteit opleveren.

Spring naar toolbar